Ineens stond er een vreemde maatregel in de financiële bijsluiter van het coalitieakkoord van kabinet Jetten. De maatregel om het maximum dagloon 20 procent te verlagen. Vreemd, omdat geen enkele politieke partij dit plan in het verkiezingsprogramma heeft genoemd. Ook vreemd omdat het mensen met een lopende uitkering raakt. Vreemd omdat het werkgevers en werknemers geen besparing gaat opleveren en vreemd omdat het kabinet niet precies weet hoeveel mensen de maatregel gaat raken. En dan hebben we het nog niet eens over inkomensverzekeringen gehad.
Rare 20-procent-verlaging

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
Hoewel de maatregel dus in geen enkel verkiezingsprogramma is terug te vinden, is het wel bekend waar het plan vandaan komt. Medio december 2025 stuurde toenmalig demissionair minister Paul van SZ&W het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) over de WIA naar de Tweede Kamer. In het rapport staan ambtelijke adviezen over mogelijke maatregelen die het arbeidsongeschiktheidsstelsel moeten verbeteren. Je moet dan denken aan taakdelegatie in de WIA-uitvoering, laten vervallen van de IVA voor nieuwe instroom en het minder eenvoudig maken van het aanvragen van een herbeoordeling. Dit zijn ideeën die het nieuwe kabinet omarmt. Ook het idee om het maximumdagloon te verlagen komt voort uit dit IBO-rapport. De ambtenaren gingen bij deze maatregel uit van een verlaging van 10 procent van het maximum dagloon en het maximum premieloon. Het doel van de maatregel is om de financiële houdbaarheid en daarmee toekomstbestendigheid van de WIA te bevorderen. Volgens de ambtenaren is het een mooie bijvangst dat de maatregel de risico-solidariteit vergroot. De maatregel sluit volgens hen aan bij het gevoel van onrechtvaardigheid van het huidige stelsel onder sommige groepen. Het is flauwekul.
De verwachte besparing van het IBO-plan komt uit op ruim 400 miljoen euro per jaar. Dat is onvoldoende voor het nieuwe kabinet zodat het maximumdagloon door hen niet 10, maar 20 procent wordt verlaagd. Omdat echter ook het maximumpremieloon met 20 procent wordt verlaagd, wordt er op de WIA geen besparing ingeboekt. Ook zorgt de maatregel wat ons betreft niet voor de beloofde vergroting van risico-solidariteit onder de WIA-doelgroepen. Het probleem wat nu wordt ervaren, is dat arbeidsongeschikte werknemers met een lager inkomen veel minder kans hebben op een WIA-uitkering dan hun arbeidsongeschikte collega met een hoog inkomen. Dat ligt aan de wijze van vaststelling van arbeidsongeschiktheid en de ondergrens van de WIA, niet aan de hoogte van het maximumdagloon. Wat heeft een werknemer van wie de WIA-aanvraag wordt afgewezen vanwege minder dan 35 procent arbeidsongeschiktheid eraan als de uitkering van een andere arbeidsongeschikte werknemer wordt verlaagd? Er is volgens de plannen geen overgangsrecht, dus ook mensen die al een uitkering ontvangen, zien daar een vijfde van afgehapt worden. Dit lijkt ons een schending van het eigendomsrecht zonder dat daarvoor een goede reden bestaat.
Omdat ook het premieloon wordt verlaagd, komt er minder premie voor de werknemersverzekeringen binnen. De besparing voor de overheid wordt daarom gezocht in een compenserende lastenverzwaring. Die zorgt er ook voor dat het EMU-saldo niet nadelig wordt beïnvloed (zie ook hier). Op welke manier de lastenverzwaring wordt ingevuld is niet besloten in het coalitieakkoord. Wel is duidelijk dat de lastenverzwaring zo veel mogelijk plaatsvindt bij dezelfde doelgroep die profiteert van de lagere premies. Ofwel werkgevers die minder premie betalen en werknemers waarvan de loonruimte toeneemt. Het is dus niet ondenkbaar dat de Aof-premie voor deze maatregel verder wordt verhoogd als spaarpot van de overheid.
Naast de nieuwe lastenverzwaring betekent het ook dat de premiepercentages door de verlaagde premiegrondslag omhoog zullen moeten. Dat betekent dat vooral bedrijven met relatief lage lonen meer premie zullen gaan betalen. Werkgevers met veel medewerkers boven het maximumpremieloon hebben daarentegen profijt van de grondslagverkleining.
De grote verlaging van het maximum dagloon werkt door in alle werknemersverzekeringen. Denk daarbij niet alleen aan de WIA, WW en Ziektewet, maar ook aan de betaald verlofregelingen in de WAZO. Het wordt dus voor sommige groepen werknemers ‘duurder’ om invulling te geven aan de kinderwens. De zwangerschaps- en bevallingsuitkering wordt immers lager, net als het betaald ouderschapsverlof. Het maximum dagloon is ook een vaste component in de regeling van loondoorbetaling bij ziekte. Werknemers hebben bij ziekte namelijk recht op 70 procent van hun gemaximeerde loon. De meeste cao’s vullen hierboven wel aan en gaan vaak uit van het volledige salaris als grondslag. Voor werkgevers kan het dan wel nadelig uitpakken als een werknemer recht heeft op de no-riskpolis van de Ziektewet, die ineens 20 procent lager kan zijn.
Volgens het kabinet zullen in het jaar van invoering van de maatregel (2029) naar verwachting circa 260.000 mensen een lopende uitkering ontvangen die verlaagd zal worden. Hoeveel werknemers worden geraakt waarvan de loondoorbetaling bij ziekte wordt verlaagd weet het kabinet niet. Wat het kabinet ook niet zal weten is hoe de verzekeringsmarkt hierop zal reageren. Duidelijk is dat de doelgroep van de excedentverzekering groter wordt en dat ook het totaal te verzekeren bedrag flink zal stijgen. Voor de verzekeringen onder het maximumdagloon, zoals de WGA-hiaatverzekering en de eigenrisicodragersverzekeringen geldt juist een verlaging van de te verzekeren loonsom.
Het is allemaal nogal wat. En dat naast de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de WW- en WGA loongerelateerde uitkeringsrechten. Bij die laatste maatregel worden oudere werknemers geraakt omdat er nog maar 12 maanden WW resteert en de jongeren omdat de nieuwe opbouw ervoor zorgt dat zij minder in aanmerking komen voor een uitkering. Daarnaast worden vaker mensen met een flexibele arbeidsrelatie en de lagere inkomensgroepen geraakt door de WW-maatregelen. Voor de WGA loongerelateerde uitkering betekent de maatregel dat 18,5 procent van de WGA’ers eerder de lagere WGA-vervolguitkering instromen.
Het kabinet hecht aan een constructieve samenwerking met de sociale partners en nodigt hen uit om samen te werken aan een ambitieuze samenwerkingsagenda. Het kabinet wil in gesprek over de invulling en uitwerking van de maatregelen in die agenda, in het bijzonder inzake de WW, transitievergoeding van werk naar werk en loondoorbetaling bij ziekte en WIA. Daarbij hanteert het kabinet het uitgangspunt dat de invulling en uitwerking van de maatregelen binnen de voorgenomen financiële kaders blijft. We wensen het kabinet veel sterkte en vooral wijsheid toe.


