Terug naar overzicht
06 oktober 2026

Zelfstandigenwet en de praktijk

In het voorjaar van 2025 kwamen VVD, D66, CDA en SGP met een conceptvoorstel voor een Zelfstandigenwet. Het kabinet Schoof waardeerde het initiatief, maar had andere oplossingen. Nu drie van deze vier partijen in het er opvolgende kabinet zitten, wordt het wetsvoorstel uiteraard wel in behandeling genomen. De Zelfstandigenwet introduceert verschillende criteria om te beoordelen wat de aard van een werkrelatie is. De meeste opdrachtgevers en zzp’ers zullen het erover eens zijn dat die criteria zeer behulpzaam zijn bij de beoordeling. Opvallend is echter dat zij het over het algemeen niet eens zijn over de aard van hun werkrelatie.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

De Zelfstandigenwet introduceert voorwaarden om als zelfstandige te mogen werken. Het is aan de zelfstandige zelf om te onderbouwen waarom hij voldoet aan de criteria d.m.v. een ‘zelfstandigentoets’. Het gaat bij die voorwaarden bijvoorbeeld om een KvK-inschrijving, het hebben van een btw-nummer en het regelen van een voorziening tegen het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Het is de bedoeling dat de zzp’er de (positieve) uitkomst van de zelfstandigentoets deelt met de opdrachtgever. Vervolgens is er de werkrelatietoets.

Met een werkrelatietoets wordt beoordeeld of er belemmeringen zijn om de opdracht als zelfstandige uit te voeren. Bij deze toetsing wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de wil van de partijen, de vrijheid van organisatie van de werktijd en de vrijheid van organisatie van het werk.

Ipsos heeft voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgezocht of opdrachtgevers en opdrachtnemers overweg kunnen met de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets[1]. Interessant bij het onderzoek is dat Ipsos ook heeft uitgevraagd hoe de criteria momenteel in de praktijk uitpakken. Het blijkt dat opdrachtgevers en opdrachtnemers daar nogal verschillend over denken. Natuurlijk zijn de uitkomsten niet 1 op 1 van toepassing op alle bestaande werkrelaties, maar de onderzoekspopulatie is groot genoeg om er wel in zijn algemeenheid iets over te zeggen. Een aantal opvallende verschillen:

  • Ongeveer een kwart van de opdrachtgevers (27%) geeft aan dat zzp’ers uitsluitend worden afgerekend op het behaalde resultaat. Van de zzp’ers oordeelt 42% dat uitsluitend naar het behaalde resultaat wordt gekeken.
  • Ruim vier op de tien opdrachtgevers (43%) geven aan dat zzp’ers binnen hun organisatie werken voor eigen rekening en risico. Van de zzp’ers geeft 83% aan binnen opdrachten financieel risico te lopen.
  • Ruim de helft van de opdrachtgevers (55%) geeft aan dat zzp'ers binnen de organisatie zelf kunnen bepalen hoe zij hun werkzaamheden uitvoeren. Van de zzp’ers geeft 89% aan zelf te kunnen bepalen hoe werkzaamheden worden uitgevoerd, zonder instructies van de opdrachtgever.
  • Ruim een derde van de opdrachtgevers (36%) geeft aan dat zzp’ers binnen de organisatie doorgaans zelf kunnen bepalen wanneer en waar zij werken. Van de zzp’ers geeft 74% aan doorgaans zelf te kunnen bepalen wanneer en waar zij werken.

Zzp’ers voelen zich over het algemeen vrijer dan dat opdrachtgevers vinden dat ze zijn. Voor het bewaren van de lieve vrede misschien goed nieuws, maar het is voor de Zelfstandigenwet te hopen dat ze het wat meer met elkaar eens worden. Voor één ding geldt dat laatste overigens al: de overgrote meerderheid van de zzp’ers en de opdrachtgevers kiezen bewust voor samenwerking als zelfstandige en niet voor een arbeidsovereenkomst. Da’s alvast een goed begin.


[1] Onderzoek wetsvoorstel zelfstandigen, september 2026