Medio december 2025 stuurde demissionair minister Paul van SZ&W het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen naar de Tweede Kamer. Het rapport begint met een onheilstijding over stijgend ziekteverzuim, stijgende WIA-instroom en stijgende UWV-werkvoorraden. De beleidsonderzoekers komen gelukkig ook met een aantal adviezen. Adviezen om iets te doen en juist iets niet te doen. Aanvullend zijn er nog een aantal keuzes meegegeven aan de overheid. Een interessant rapport, bedoeld voor een nieuw kabinet.
WIA: Het kan, en moet, anders

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
Wat er momenteel allemaal misgaat kan inmiddels als bekend worden beschouwd. De analyse daarover van de IBO-werkgroep is zeer uitgebreid, maar de oplossingen in do’s en don’ts en de meegegeven beleidsopties zijn waar het uiteindelijk om gaat. Allereerst de zaken die volgens het rapport absoluut ondernomen moeten worden.
Op korte termijn is het nodig om op zijn minst drie maatregelen te nemen om het stelsel werkbaar te krijgen. Allereerst moet taakherschikking voor verzekeringsartsen worden doorgevoerd en dat betekent verdergaan dan de taakdelegatie waar het UWV nu in toenemende mate van gebruik maakt. Door aanpassing van wet- en regelgeving kunnen andere gekwalificeerde professionals een groter deel van de sociaal-medische beoordeling uitvoeren. Als tweede moet de IVA komen te vervallen voor nieuwe instroom. Voor verzekeringsartsen vervalt daarmee de ingewikkelde en tijdrovende vaststelling van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Ook komt een belangrijke grond voor het aanvragen van herbeoordelingen daarmee te vervallen (WGA naar IVA). Het moet ook minder eenvoudig worden om een herbeoordeling aan te vragen. Een verzoek moet inhoudelijk worden gemotiveerd, of er moet een vergoeding worden betaald voor het uitvoeren van een herbeoordeling. Deze drie maatregelen kunnen er samen met al ingezet beleid voor zorgen dat vanaf 2030 de voorraden niet meer oplopen.
Er zijn nog veel meer zaken die daarnaast ondernomen kunnen worden om de uitvoering weer op orde te krijgen. Het gaat om betere samenwerking en gegevensuitwisseling tussen verzekeringsartsen en bedrijfsartsen en betere data-deling over ziekteverzuim en interventies. Verder zou de EZWb (nog) gerichter ingezet kunnen worden op basis van een voorafgaande screening. Iets wat vooral niet gedaan moet worden is verkorten van de periode van loondoorbetaling bij ziekte. Verlenging van deze periode heeft gezorgd in daling van de WIA-instroom en dat moet niet teruggedraaid worden. Wat wel wordt geadviseerd is om veel meer de nadruk te leggen op preventie en activering binnen het stelsel. Dat kan door werkgeversregelingen te stroomlijnen, de instrumenten proefplaatsing en no-riskregeling uit te breiden en UWV-re-integratiebudgetten te verhogen. Preventietaken moeten verduidelijkt worden, verankert in wetgeving en intensief worden gehandhaafd door de Arbeidsinspectie.


