Terug naar overzicht
19 januari 2026

Waar moet WIA-preventie op gericht worden?

Zoals u waarschijnlijk wel weet is de WIA-instroom stijgende. Dat komt onder andere door demografische oorzaken. Het verzekerdenbestand vergrijst, meer vrouwen werken (meer) en er moet langer gewerkt worden tot de pensioenleeftijd bereikt is. Het is lastig om op deze algemene oorzaken specifiek preventief beleid te ontwikkelen. TNO heeft daarom onderzocht welke werkgerelateerde factoren, gezondheidsklachten en verzuim samenhangen met WIA-instroom.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

In het onderzoek heeft TNO zijn data van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) op anoniem individueel niveau gekoppeld met administratieve dataregistraties van WIA-instroom. Uit deze data volgen enkele uitkomsten die min of meer bekend zullen zijn. Zo hebben vrouwen een 1,39 keer groter risico om in te stromen in de WIA dan mannen. Een hogere leeftijd vergroot het risico op WIA-instroom, waarbij 25-35-jarigen 2,51 keer hoger risico hebben op een WIA-uitkering dan 15-25-jarigen, wat oploopt tot 4,37 keer hoger bij 55-65-jarigen. Hoe lager het opleidingsniveau, hoe hoger de kans op WIA-instroom, waarbij laagopgeleiden een 1,31 keer hoger risico op een WIA-uitkering hebben dan hoog opgeleiden. Werknemers van wie ten minste één ouder in een niet-westers land is geboren hadden een 1,20 keer hoger risico om in de WIA in te stromen ten opzichte van werknemers van wie beide ouders in Nederland zijn geboren. Verder blijkt dat werknemers van kleinere vestigingen minder vaak de WIA instromen: werknemers van vestigingen met maximaal 9 werknemers stromen 1,22 keer minder vaak in de WIA dan degene werkzaam in 100+ vestigingen.

Dan wat opvallendere uitkomsten. Werknemers die wonen in Overijssel, Groningen, Limburg, Gelderland, Flevoland en Noord-Brabant hebben een significant hoger risico om in de WIA in te stromen dan werknemers die in Utrecht wonen. De mate van verstedelijking hangt daarbij niet samen met de WIA-instroom. Ook opmerkelijk; werknemers die altijd werken vanuit het adres van de werkgever of op verschillende plaatsen hebben een hoger risico op WIA-instroom dan werknemers die vanuit het eigen woonadres werken. In tegenstelling tot wat vaker wordt vermeld over het arbeidsongeschiktheidsrisico lijkt het hebben van een flexibel contract op basis van het TNO-onderzoek geen grote risicofactor, maar dit kan ook komen door de ondervertegenwoordiging van flexibele arbeidskrachten in de NEA.

Dan enkele gezondheidsfactoren. Van de psychosociale factoren blijkt vooral het gebrek aan sociale steun van collega's een risicofactor voor WIA-instroom, wat pleit voor het versterken van sociale cohesie en teamklimaat op de werkvloer. Daarnaast blijkt de actuele gezondheid van werknemers - zoals burn-outklachten, verzuimdagen en zelfgerapporteerde gezondheid - sterk samen te hangen met WIA-instroom. Specifiek voor WIA-instroom met een psychische diagnose wijzen de resultaten erop dat aanvullend beleid nodig is dat voldoende autonomie en een gezonde werk-privébalans bevordert, om psychische overbelasting te voorkomen.

Voordat u vanuit hernieuwd preventiebeleid de onderneming verhuist naar Utrecht, oudere werknemers ontslaat en de jongeren thuis laat werken is de afsluitende constatering van TNO nog van belang: ‘Aanvullend onderzoek is wenselijk om de inzichten verder te verdiepen en te onderbouwen’. Het volledige TNO-rapport leest u hier.