Terug naar overzicht
10 mei 2019

Verbeteringen werken onder Banenafspraak

Het kabinet wil dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Dat geldt natuurlijk vooral voor werknemers die onder de doelgroep van de Banenafspraak vallen. Werkgevers worden gestimuleerd om deze werknemers een arbeidsplaats te bieden met bijvoorbeeld de no-riskpolis van de Ziektewet en loonkostensubsidie. Staatssecretaris van Ark wil het gebruik van deze instrumenten vereenvoudigen. Daarnaast moet werken voor mensen uit de doelgroep aantrekkelijker worden gemaakt. We bekeken de voorstellen van de staatssecretaris.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

Binnen de Baanafspraak kan het instrument loonkostensubsidie worden gebruikt als werknemers uit de doelgroep aan de slag gaan met een loonwaarde tot 100 procent van het minimumloon. Werkgevers betalen de werknemer het van toepassing zijnde cao-loon of bij het ontbreken daarvan het minimumloon. De werkgever ontvangt vervolgens loonkostensubsidie van de gemeente voor het verschil tussen de loonwaarde en het minimumloon (met een maximum van 70 procent WML). Werkgevers ervaren enkele knelpunten bij de inzet van loonkostensubsidie. Allereerst zorgt de inzet ervan voor administratieve rompslomp en daarnaast bestaan er tussen gemeenten verschillen in werkprocessen en het beleid rondom loonkostensubsidie. Staatssecretaris Van Ark wil daarom dat processen zoals loonwaardebepaling en administratieve afhandeling worden geüniformeerd. Ook het aanbod van jobcoach en overige werkvoorzieningen tussen gemeenten en UWV moet zoveel mogelijk worden geharmoniseerd.

Een hopelijk goede verbetering voor wat betreft vermindering van administratieve rompslomp is de voorgestelde wijziging in geval van ziekte bij loonkostensubsidie. Het huidige systeem houdt in dat bij ziekte een ziekmelding bij UWV moet worden gedaan. De Ziektewet no-risk-uitkering baseert UWV vervolgens op het loon, zonder rekening te houden met de loonkostensubsidie die de werkgever van de gemeente ontvangt. In de Participatiewet is in verband daarmee bepaald dat de gemeente geen loonkostensubsidie verstrekt over perioden waarin recht bestaat op een Ziektewetuitkering. Dit betekent wel dat de werkgever een werknemer bij ziekte bij twee loketten moeten ziek- en betermelden: bij UWV (vanwege de no-riskpolis) en bij de gemeente (vanwege het stopzetten van de loonkostensubsidie). De systematiek leidt tot allerlei verrekeningen tussen gemeenten en werkgevers omdat het werkproces van UWV bij de uitbetaling no-riskpolis en het proces bij gemeenten met loonkostensubsidie niet synchroon lopen. De oplossing voor deze problemen is dat ook bij ziekte de loonkostensubsidie van de gemeente gewoon doorloopt. Het UWV houdt daar dan rekening mee bij het vaststellen van de Ziektewetuitkering. Een op het oog simpele oplossing, maar zeker geen garantie voor (onmiddellijk) succes. Het UWV moet namelijk kunnen beschikken over actuele en betrouwbare informatie over de bedragen die door gemeenten aan loonkostensubsidie worden betaald.

Een tweede verbetering zit in het meer lonend maken van werk. De arbeidsbeperkte onder de banenafspraak die in deeltijd werkt, wordt met een bijstandsuitkering vanuit de Participatiewet aangevuld tot het sociaal minimum. Werken is vanuit financieel oogpunt niet lonend. Wel heeft een gemeente de mogelijkheid om inkomen uit arbeid tijdelijk vrij te laten bij het vaststellen van de bijstandsuitkering. Het gaat om 25% van de inkomsten uit arbeid tot maximaal € 209,- per maand. Deze vrijlating geldt voor een periode van maximaal 6 maanden. De staatssecretaris wil dat gemeenten de mogelijkheid hebben om erna nog eens 15% van het netto inkomen bij werken met loonkostensubsidie vrij te laten. Dit kan in beginsel voor de duur van 12 maanden en die periode kan door de gemeente desgewenst verlengd worden.

De plannen van de Staatssecretaris liggen momenteel voor in een internetconsultatie. U mag er tot 4 juni aanstaande iets van vinden: https://www.internetconsultatie.nl/participatiewet_breed_offensief.