Even een voorwaarschuwing; dit is geen vrolijk nieuwsbericht. Het CDA heeft Kamervragen gesteld aan onze nieuwbakken Minister van Werk en Participatie Aartsen over schadelijke stoffen op het werk. De vragen zijn gerezen na een uitzending van het NPO-tv-programma Stand van Nederland. In het programma wordt verkondigd dat er jaarlijks 3.000 doden vallen in Nederland door schadelijke stoffen op de werkvloer. De minister mag vertellen of dat klopt en zo ja, wat hij eraan wil doen.
Schadelijke stoffen op het werk

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
Om met het eerste te beginnen; de minister erkent dat er veel doden vallen door aan werk gerelateerde oorzaken waaronder schadelijke stoffen. Aartsen haalt het RIVM aan dat heeft geanalyseerd dat ieder jaar rond de 3.000 mensen overlijden doordat ze tijdens hun werk zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Bovendien heeft 1 op de 6 werknemers te maken met gevaarlijke stoffen op het werk, dit zijn ruim 1 miljoen Nederlanders. En het is niet zo dat door het niet meer werken in de mijnen of betere inzichten in veilig werk het probleem per se minder is. Iedere dag weer worden er nieuwe chemische stoffen ontwikkeld, waaraan op een gegeven moment werknemers blootgesteld kunnen worden.
Het RIVM schat dat in 2023 ruim 4.100 mensen in Nederland door factoren op het werk zijn overleden: 810 mensen in de werkzame beroepsbevolking en 3.320 in de gepensioneerde beroepsbevolking. De sterfte aan kanker maakt hiervan het grootste deel uit (2.400), gevolgd door hart- en vaatziekten (1.030) en aandoeningen van de ademhalingswegen (600). De sterfte door beroepsziekten is bij mannen (3.300) veel hoger dan bij vrouwen (870). In 2023 betreft het voor mannen 3,9% van de totale sterfte in Nederland en voor vrouwen 1,0% van de totale sterfte.
Van alle sterfgevallen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk is 80% gepensioneerd. Doordat zeer veel slachtoffers pas overlijden nadat zij gepensioneerd zijn, bestaat er het risico dat het onderwerp niet nadrukkelijker op de sociale agenda komt. Terwijl we ons moeten realiseren dat het jaarlijks om 5 a 6 keer meer slachtoffers gaat dan bij dodelijke verkeersongevallen.
De minister deelt gelukkig de zorgen. Hij wijst op strenge regels bij het werken met gevaarlijke stoffen zowel vanuit Europa als Nederland. Vervolgens constateert de minister echter ook dat de naleving onvoldoende is en dat dit extra geldt voor kleinere werkgevers. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt gelukkig risicogericht toezicht en kijkt in dit kader of een werkgever genoemde blootstellingsbeoordelingen heeft uitgevoerd en gepaste maatregelen treft. De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft wel aan dat zij geen landelijk overzicht heeft van blootstellingsbeoordelingen door werkgevers. Zij weet ook niet in hoeveel gevallen er metingen plaatsvinden in het kader van deze beoordelingen. In ieder geval is het de minister duidelijk dat de naleving van de strenge regels in de praktijk achterblijft en dat er meer nodig is dan alleen toezicht en handhaving. Werkgevers kunnen volgens Aartsen gebruik maken van diverse vormen van voorlichting, maar of dat dan wel voldoende is?
In de Arbovisie 2040 is de ambitie van zero death opgenomen: nul doden door werk. Deze visie is in het najaar van 2023 opgesteld. Een van de richtingen naar de doelstelling van nul doden is werkgevers financieel prikkelen om meer aan preventie te doen. Cynisch gesteld is die prikkel er nu op het gebied van gevaarlijke stoffen maar mondjesmaat, aangezien de gezondheidseffecten zich pas jaren later bij de (ex-)werknemer openbaren.
Over de stand van zaken rond onderzoek naar de invoering van mogelijke financiële prikkels zou de Tweede Kamer eind vorig jaar geïnformeerd worden, maar dat lijkt voor zover wij kunnen beoordelen nog niet gebeurd te zijn. Terwijl het toch meer dan duidelijk is dat op dit dossier haast is geboden. Zero death per 2040 is eigenlijk al te ambitieus gezien het na-ijleffect van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Hopelijk kunnen alle betrokkenen op de werkvloer zo snel mogelijk werk maken van (nog) veiliger werkomstandigheden, zonder dat daar directe financiële prikkels aan verbonden hoeven te worden.


