Vorige week heeft de regering de vragen vanuit de Tweede Kamer beantwoord over het voornemen om de compensatie van transitievergoedingen per 2027 af te schaffen. We lazen drie voorspellingen voor de toekomst.
Rechters en gezonde ondernemingen

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
Vorige week heeft de regering de vragen vanuit de Tweede Kamer beantwoord over het voornemen om de compensatie van transitievergoedingen per 2027 af te schaffen. We lazen drie voorspellingen voor de toekomst:
- We krijgen weer slapende dienstverbanden:
Het staat werkgevers vrij om, goed werkgeverschap in ogenschouw nemende, het gesprek aan te gaan met hun werknemers om slapende dienstverbanden te beëindigen en hierbij een vergoeding overeen te komen. Het kabinet erkent dat de onderhavige bezuiniging op deze regeling het effect kan hebben dat het aantal slapende dienstverbanden weer zal toenemen. De regering accepteert dat risico.
- De rechter gaat het probleem oplossen:
Het is niet op voorhand vast te stellen in hoeverre slapende dienstverbanden zich voor zullen doen. Een werknemer en werkgever beslissen zelf over de voortzetting of beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waarbij in het geval van een eenzijdige beëindiging door werkgever zonder instemming van de werknemer een ontslagvergunning of ontbinding door de kantonrechter nodig is. In dit kader is ook de Xella-beslissing van de Hoge Raad van belang. De invulling van deze norm van goed werkgeverschap vindt haar grondslag in het bestaan van de wettelijke compensatiemogelijkheid. Het is aannemelijk dat het beperken van de wettelijke compensatiemogelijkheid daarom invloed heeft op de werking of reikwijdte van deze in de rechtspraak ontwikkelde norm.
Dit valt echter niet op voorhand te voorspellen. Het is aan de rechter om te oordelen welke invulling de norm van goed werkgeverschap in een individueel geval moet krijgen. De regering zal de ontwikkelingen in de jurisprudentie rondom slapende dienstverbanden in de gaten houden en monitoren. Indien daar aanleiding toe is, zal de regering de Kamer hierover informeren.
- En voor werkgevers is dat gelukkig geen probleem
Het ligt in de lijn der verwachting dat bedrijven en sectoren met een hoog risico op langdurig ziekteverzuim vaker gebruik maken van de compensatie en daardoor relatief zwaarder geraakt worden door deze maatregel. Dit zou vervolgens kunnen leiden tot een lagere winst. Echter mag er van een gezonde onderneming verwacht worden dat de onderneming voldoende buffer aanhoudt voor ondernemingsrisico’s, waaronder een werknemer die ziek wordt.
Hoe dan ook; de Aof-premieverhoging ten behoeve van de compensatieregelingen wordt niet teruggedraaid en er hoeft geen compensatie meer betaald te worden. De besparing van dit alles bedraagt per 2031 structureel 830 miljoen en dat wordt toegevoegd aan het nu al aanzienlijke overschot van het Aof.


