Sinds 2023 is bij arbeidsongevallen niet altijd de Arbeidsinspectie als eerste aan zet. Door een nieuwe werkwijze, de interventie werkgeversrapportage’, is de werkgever verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderzoek bij minder ernstige ongevallen. Het doel van de aanpak is de nadruk te leggen op het lerend vermogen van werkgevers om daarmee een blijvend positief effect op de veiligheid van werkenden te realiseren. Uiteraard wordt regelmatig onderzocht of de wijziging zijn vruchten afwerpt en dat is onlangs wederom gedaan. De uitkomsten vinden we positief gebracht, maar niet geheel geruststellend.
Positieve Arbeidsinspectie

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
De uitkomsten laten zien dat 77 procent van de werkgevers zegt de ongevalsrapportage zelf te hebben opgesteld en dat 6 procent van de werkgevers ervoor kiest om het opstellen van de werkgeversrapportage volledig uit te besteden aan een externe partij. In de overige gevallen geeft de werkgever aan de rapportage in samenwerking met een externe partij te hebben opgesteld. Het lerend vermogen is bij een kwart van de werkgevers dus mogelijk niet optimaal.
In 53 procent van de gevallen is de werkgeversrapportage in eerste instantie afgekeurd door de Arbeidsinspectie. De grote meerderheid van deze afgekeurde rapportages wordt na verbeteringen door de werkgever in de tweede beoordelingsronde alsnog goedgekeurd. Uit een eerdere analyse bleek dat ongeveer 1 procent van de werkgeversrapportages twee keer wordt afgekeurd, waarna in de meeste gevallen alsnog een ongevalsonderzoek door de Arbeidsinspectie plaatsvindt.
Uit de vervolginspecties blijkt dat 84 procent van de werkgevers alle maatregelen uit hebben gevoerd die zij in het verbeterplan hebben opgenomen. Daarnaast neemt 32 procent van de werkgevers aanvullende maatregelen die niet in het verbeterplan waren opgenomen en waartoe de werkgever niet verplicht was. Volgens de Arbeidsinspectie zijn dergelijke maatregelen een belangrijke indicator voor het succes van de nieuwe aanpak, omdat zij laten zien dat het ongevalsonderzoek en het opstellen van een verbeterplan werkgevers kunnen stimuleren meer te doen dan formeel vereist vanuit de Arbowetgeving. Daar heeft de Inspectie natuurlijk gelijk in, maar dat 16 procent van de werkgevers na een arbeidsongeval niet alle maatregelen uitvoert die zij nota bene zelf in het verbeterplan hebben opgenomen is ook een indicator. Verder blijkt dat in 10 procent van de gevallen de werkgever niet alle maatregelen uit het verbeterplan met betrekking tot de directe en de achterliggende oorzaken van het ongeval heeft doorgevoerd.
Nog een indicator: In twee jaar onderzoek blijkt dat het percentage werkgevers waarvan de rapportage in de eerste beoordelingsronde wordt afgekeurd is gestegen van 50 procent in het eerste halfjaar naar 56 procent in het laatste halfjaar. De Arbeidsinspectie noemt het een lichte stijging, maar had het ook een stijging van ruim 10 procent mogen noemen. Daarnaast is er een afname zichtbaar in het percentage bedrijven dat aanvullende maatregelen neemt, namelijk van 41 procent in het eerste halfjaar naar 26 procent in het laatste halfjaar.
Volgens de Arbeidsinspectie ontstaat al met al het beeld dat de belangrijkste uitkomsten van de interventie in de afgelopen twee jaar stabiel zijn gebleven. De belangrijkste conclusie luidt dat de overgrote meerderheid van de bedrijven die de afgelopen twee jaar te maken hebben gekregen met de ‘interventie werkgeversrapportage’ op het moment van de vervolginspectie maatregelen heeft genomen ter verbetering van de veiligheid. Bij ons ontstaat al met al het beeld dat we een positief ingestelde Arbeidsinspectie hebben.


