Terug naar overzicht
19 januari 2026

PGB-houder en loondoorbetaling bij ziekte

Een zorgbehoevend persoon die gebruik maakt van een persoonsgebonden budget, koopt zelf de benodigde zorg in. Er kan daardoor een arbeidsovereenkomst ontstaan tussen de zorgverlener en de verzorgde. Als er doorgaans voor minder dan vier dagen in de week zorg wordt verleend, dan is er sprake van een licht arbeidsrechtelijk regime. Dit is geregeld in de Regeling dienstverlening aan huis. Er is dan weliswaar een arbeidsovereenkomst, maar daaraan zijn veel minder rechten en plichten verbonden. Per 2026 is deze regeling gewijzigd en dat kan bij ziekte van een zorgverlener ingrijpende gevolgen hebben.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

De Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) moet ervoor zorgen dat de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening wordt gestimuleerd en illegale arbeid wordt voorkomen. Als een particuliere werkgever voor minder dan vier dagen in de week op basis van een arbeidsovereenkomst persoonlijke diensten laat verrichten, dan hoeven er geen loonheffingen afgedragen te worden. Ook gelden afwijkende regels ingeval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en geldt een periode van maximaal zes weken van loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Tot 2026 kon er door een PGB-houder ook gebruik gemaakt worden van de Rdah. In een uitspraak heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) daar echter een einde aan gemaakt.

Volgens de CRvB is de Regeling dienstverlening aan huis in strijd met regelgeving over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de uitsluiting van de WW-verzekering van pgb-zorgverleners indirecte discriminatie oplevert. Het uitsluiten van deze groep levert indirecte discriminatie van vrouwen op, omdat de uitzonderingsbepaling een aanzienlijk hoger percentage vrouwen dan mannen treft. Het kabinet heeft geoordeeld als dat voor de WW geldt, dat dit dan ook van toepassing is op alle overige werknemersverzekeringen. Het gevolg is dat de Rdah vanaf 2026 niet meer gebruikt kan worden door PGB-houders. Ook bij kleine arbeidsovereenkomsten worden zij nu als werkgever beschouwd. Dat houdt dus onder andere in dat er een uitgebreidere loondoorbetalingsverplichting bij ziekte geldt.

De PGB-houder hoeft zich niet meteen te haasten om een verzuimverzekering af te sluiten.  In geval van arbeidsongeschiktheid wordt het persoonsgebonden budget namelijk door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verhoogd met het bedrag dat benodigd is voor de loondoorbetaling bij ziekte. Ook voor verzuimbegeleiding vindt er ontzorging vanuit SVB plaats. De PGB-houder is verplicht de ziekmelding binnen een werkdag aan de SVB te melden, die de ziekmelding op haar beurt doorgeeft aan de arbodienst (Active Health Group). De arbodienst verzorgt de re-integratie activiteiten. De budgethouder wordt door de SVB op de hoogte gesteld van de te nemen handelingen in de poortwachter periode. De verantwoordelijkheid om als werkgever aan deze verplichtingen te voldoen blijft echter wel op de budgethouder rusten en dat betekent dat er voor hem of haar een risico op een loonsanctie bestaat.

Familieleden die via een PGB zorg verlenen werken doorgaans niet via een arbeidsovereenkomst en worden derhalve ook niet geraakt door dit wetsvoorstel. Ook als er wordt gewerkt via een overeenkomst van opdracht zijn er door de nieuwe regelgeving geen gevolgen. De wetswijziging is overigens door alle haast nog niet door het parlement geloodst, maar de wijzigingen zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 ingaan.