Terug naar overzicht
22 december 2025

Hoeveel werkgevers zijn verzekerd?

Het is alweer meer dan tien jaar geleden dat goed werd onderzocht hoeveel van de werkgevers een ziekteverzuimverzekering hebben afgesloten. Ruim drie jaar geleden heeft toenmalig minister van SZ&W Wouter Koolmees aangekondigd een nieuw onderzoek te zullen starten. Eind oktober is het onderzoeksrapport daarvan opgeleverd en inmiddels publiek gemaakt. Bijzondere uitkomst: kleine werkgevers verzekeren zich minder vaak en voor een verzuimverzekering moet u bij een volmachtpartij wezen!

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

Het ministerie van SZ&W heeft SEO Economisch Onderzoek gevraagd om de huidige verzuimverzekeringsgraad te onderzoeken, met bijzondere aandacht voor de rol van de MKB-verzuim-ontzorg-verzekering bij het ontzorgen van werkgevers. Daarnaast is gevraagd om meer inzicht te geven in gekozen dekkingen, de belangrijkste redenen voor werkgevers om wel of niet te verzekeren, de ervaringen van werkgevers met verzuimverzekeringen en de behoeften die zij hierbij hebben. SEO heeft voor het onderzoek interviews afgenomen met experts, belanghebbenden en verzekeraars. Werkgevers hebben een vragenlijst ingevuld en hebben de resultaten in focusgroepen toegelicht. In totaal hebben 985 werkgevers aangegeven of hun bedrijf verzekerd is en 708 hebben de volledige vragenlijst ingevuld.  

Uit het onderzoek komt naar voren dat de verzuimverzekeringsgraad voor alle werkgevers ongeveer 60 procent is. De verzekeringsgraad voor de groep werkgevers met 2 tot 50 werkzame personen is ongeveer 70 procent. Dit is de doelgroep waarvoor de verzuimverzekeringen hoofdzakelijk zijn bedoeld. Bij de kleinste werkgevers met minder dan vijf werkzame personen ligt de verzekeringsgraad aanzienlijk lager: slechts 44 procent van de werkgevers is daar verzekerd tegen verzuim. Zonder deze groep kleinste werkgevers ligt het verzuimpercentage onder de rest van de doelgroep nog hoger, namelijk 75 tot 85 procent van de werkgevers met 5 tot 50 werkzame personen is verzekerd. Belangrijkste reden om niet te verzekeren is de hoogte van de premie. Belangrijkste reden om wel te verzekeren is het creëren van zekerheid en gemoedsrust bij ziektegevallen. Meest voorkomend is de conventionele verzekering zonder begeleiding (70%). Dan zijn er conventionele verzekeringen met arbo-begeleiding (16%), MKB-verzuim-ontzorg-verzekeringen (14%) en stop-lossverzekeringen (2%). Overigens heeft 10 procent van de werkgevers geen flauw idee wat voor soort verzekering ze hebben.

Uit het onderzoek blijkt zoals hierboven geschetst dat kleine werkgevers zich minder vaak verzekeren. Dat komt vooral omdat er een persoonlijke band bestaat tussen werkgever en de werknemer(s). Dit zorgt er enerzijds voor dat de werkgever beter zicht heeft op eventuele ziektegevallen en anderzijds dat werknemers minder snel geneigd zijn om zich ziek te melden. Bij kleine werkgevers werken relatief vaak jonge werknemers en mannen. Zij hebben een lager verzuimrisicoprofiel dan gemiddeld. Bovendien zijn deze ondernemingen minder vaak actief in sectoren met hoog verzuim, zoals de zorg of het onderwijs. Daarnaast zijn er kleine werkgevers met werknemers met een kleine baan waarbij het risico op een ziektegeval laag is en de potentiële schade van ziekteverzuim beperkt. Als laatste verklaring geldt dat kleine werkgevers vaker startende werkgevers zijn. Als deze kiezen voor een verzuimverzekering, dan is dat pas als zij langer bestaan.

Er is een aanzienlijk verschil in totale verzekeringsgraad met eerder onderzoek uit 2014. Destijds lag de verzekeringsgraad namelijk op 76% en dus aanmerkelijk hoger dan 60%. De onderzoekers van SEO leggen in het rapport echter uit dat de verzekeringsgraad in 2014 waarschijnlijk overschat is, doordat werkgevers pas zijn meegenomen bij twee of meer werknemers. Is de verzekeringsgraad nu laag of hoog? SEO heeft een punt met de mooie stelling: ‘Het is niet altijd onwenselijk dat werkgevers zich niet verzekeren’.

SEO heeft ook onderzocht of werkgevers tevreden zijn met een afgesloten verzuimverzekering. Het goede nieuws is dat werkgevers over het algemeen zeer tevreden zijn over de dekking van de financiële risico’s bij ziekteverzuim. Het beeld wordt echter een stuk minder als de ervaringen per verschillende dekking worden geanalyseerd. Bij een conventionele verzekering ervaart ruim driekwart van de werkgevers een goede dekking van de risico’s. Dit daalt tot ongeveer twee derde bij een verzuimverzekering met begeleiding. De laagste waardering is te vinden bij de MKB-verzuim-ontzorg-verzekering: slechts 58 procent van de werkgevers geeft aan dat de risico’s hiermee goed gedekt zijn. Opvallend is dat werkgevers met een MKB-verzuim-ontzorg-verzekering minder vaak aangeven zich ontzorgd te voelen dan werkgevers met een verzuimverzekering met begeleiding. SEO heeft onderzocht welke kenmerken van een verzuimverzekering werkgevers belangrijk vinden en premiestabiliteit komt daarbij nadrukkelijk naar voren. Meermaals gaan de onderzoekers daarbij in op de premiestabiliteit die een speerpunt zou zijn voor de MKB-verzuim-ontzorg-verzekeringen. In een eerder nieuwsbericht gingen wij in op het feit dat deze stabiliteit in de praktijk nogal eens tegenvalt.

SEO doet in het onderzoeksrapport vervolgens wat reclame-uitingen richting verzuimvolmachten. Bij een verzuimvolmacht ontvangen werkgevers snel een offerte waarin verschillende polisvoorwaarden worden aangeboden en met elkaar vergeleken kunnen worden. Bovendien is er vaak meer ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld doordat volmachtpartijen samenwerken met andere arbodienstverleners dan de verzekeraar zelf. Volgens SEO vinden verzekeraars volmachten ook prettig omdat zij zich dan kunnen beperken tot hun rol als risicodrager. Adviseurs voldoen bij het gebruik maken van een volmachtpartij aan de Wft-voorwaarde om offertes van verschillende aanbieders mee te nemen. Kortom; niemand zou nog anders moeten willen.

We sluiten af met een belangrijke aanbeveling van SEO. Het is volgens hen zinvol om te onderzoeken of preventieve maatregelen beter kunnen worden meeverzekerd. Werkgevers geven aan dat zij behoefte hebben aan ondersteuning bij het voorkomen van verzuim, bijvoorbeeld via arbodiensten, vitaliteitsprogramma’s of andere vormen van preventie.