Terug naar overzicht
24 januari 2022

Ervaringen van een arbeidsdeskundige

Zoals u weet is er bij Enkwest veel deskundigheid op het gebied van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Wat u misschien nog niet weet, is dat er bij Enkwest ook sprake is van arbeidsdeskundigheid. Daarom laten we u in onze digi-kwest kennismaken met het werk van onze arbeidsdeskundigen. Deze keer het verhaal van een werknemer die steeds nieuw passend werk heeft gekregen.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

Een werkgever schakelt ons in om een arbeidsdeskundig onderzoek uit te voeren voor een werknemer die inmiddels een jaar ziek is. De werknemer werkt al zo’n veertig jaar bij het productiebedrijf en heeft als gevolg van een medische aandoening momenteel aangepast werk gekregen. Bij de start van het onderzoek ben ik benieuwd wat de functie van de werknemer is. Dat blijkt geen eenvoudige vraag. De functie van de werknemer is in het verleden namelijk steeds wat verder aangepast aan zijn veranderende mogelijkheden. Het werk is zwaar (geweest) en de werknemer wordt natuurlijk ook steeds een stukje ouder. De verschuiving van taken past in de organisatie, waar de productiemedewerkers op allerhande plekken in het proces kunnen worden ingeschakeld. Overigens wordt dit volgens de werkgever wel steeds lastiger, want iedereen wil wel wat lichter werk.

De vraag is nu van welke taken uitgegaan moet worden om te beoordelen of deze werknemer, ondanks medische beperkingen, zijn werk nog kan doen. Ik kom in een grillig beeld van de taken die deze werknemer de afgelopen jaren heeft gedaan, met daarbij elkaar opvolgende aanpassingen in het werk. Daarbij stuit ik iedere keer op vaktermen en locaties in het productieproces die ik maar moet weten te duiden. U begrijpt; ik mag mijzelf inmiddels beschouwen als een deskundige op dit bewuste vakgebied.

Ik kom er uiteindelijk achter dat werknemer bepaalde bedongen arbeid heeft, maar inmiddels alweer voor meer dan een jaar andere arbeid heeft verricht. In overleg met de betrokkenen worden die laatste werkzaamheden gezien als de nieuw bedongen arbeid. Voor deze arbeid is de werknemer dus ziek geworden. Tijdens de re-integratie is er opnieuw fysiek minder zwaar werk gevonden, wat nu ook al weer langere tijd gedaan wordt. Het is natuurlijk de vraag of de huidige werkzaamheden voor de langere termijn wel passend blijven. De werknemer heeft een bepaalde aandoening, waardoor de werkplek soms een onveilige werkomgeving kan zijn. Dat komt onder andere door draaiende machines, scherpe voorwerpen et cetera. De werknemer is onder behandeling, maar het is op zijn minst twijfelachtig of de beperkingen zullen afnemen. Als een veilige werkomgeving niet gewaarborgd kan worden, dan is duidelijk dat het werk niet passend is. Gezien het opleidingsniveau van de werknemer en zijn werkervaring is er in de onderneming geen ander passend werk voorhanden. Ik wijs de werknemer daarom op de mogelijkheid van re-integratierichting in spoor 2. Dit overvalt de werknemer, want hij heeft een sociale werkgever die altijd goed voor het personeel zorgt. De werknemer was er eigenlijk vanuit gegaan dat zijn werkgever ook voor de huidige situatie wel weer een oplossing zou vinden. Er was duidelijk nooit verder gedacht dan dat, maar er is gek genoeg ook nog nooit over gesproken. Wat ik gevoelsmatig bijzonder vind: is dit geen rol voor de werkgever of de casemanager?

Mijn advies is dat de werkgever en werknemer zich nu moeten voorbereiden op passend werk buiten de onderneming. Binnen het bedrijf zijn de mogelijkheden immers niet onbeperkt. Al heeft de werknemer daar meer dan 40 jaar gewerkt, toch moet ik hem vragen om na te gaan denken over zijn toekomst. Dat valt de werknemer zwaar, maar hoe duidelijker, hoe beter de kansen en hoe hoger de bereidheid. Met ons rapport en deze conclusie gaan de werknemer en de werkgever samen spoor 2 oppakken, als parallel traject naast wat de werknemer momenteel aan passende werkzaamheden verricht.