In de nieuwsbrief van september jl is uiteengezet hoe het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de hersteloperatie van verkeerd vastgestelde WIA-uitkering wil aanpakken. Het gaat om correctie van onjuistheden in WIA-uitkeringen als gevolg van verkeerde dagloonberekeningen. De herstelactie gaat uit van wel nabetalen en niet terugvorderen. Hiervoor is nu een tijdelijke regeling ontworpen.
De Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.
Als UWV dagloonfouten heeft vastgesteld, dan wordt een WIA-uitkering herzien zonder terugwerkende kracht. Als een betrokkene in het verleden een te hoog bedrag aan WIA-uitkering heeft ontvangen, gaat UWV het teveel betaalde bedrag niet terugvorderen. Doordat uitkeringen niet met terugwerkende kracht worden gecorrigeerd, komt er geen nabetaling als in het verleden een te laag bedrag aan WIA-uitkering is ontvangen. Om dit te repareren ontvangen uitkeringsgerechtigden die het betreft een vergoeding. Door deze vormgeving zijn er zo min mogelijk doorwerkingen in andere inkomensregelingen.
De vergoeding wordt berekend door de ontvangen bruto uitkering te vergelijken met een correct vastgestelde bruto uitkering. Op de uitkomst wordt 35 procent in mindering gebracht, als bedrag dat ongeveer ingehouden zou zijn aan loonheffingen in de eerste belastingschijf. Vervolgens wordt er over het bedrag 7 procent aan rente opgeteld. Die vergoeding voor rente is lager dan het bedrag dat bij correctie met terugwerkende kracht was ontvangen, aangezien wettelijke rente cumulatief wordt berekend over de periode waarin sprake is van een verschuldigde betaling.
WIA-uitkeringen die zijn ontvangen met een ingangsdatum in de periode 1 januari 2020 t/m 31 december 2024 worden gecorrigeerd. Bij de indexatiefouten gaat het om uitkeringen die in die periode tot uitkering kwamen en kunnen dus ook eerder zijn ingegaan. Deze afbakeningen betekent dat niet alle fouten gecorrigeerd zullen worden. Het opsporen van alle mogelijke fouten en het toekennen van een vergoeding zou betekenen dat de reguliere dienstverlening van UWV (verder) vastloopt.
Omdat er een vergoeding wordt betaald en geen nabetaling van WGA-uitkeringen, kan er niets op publiek of privaat verzekerde werkgevers worden verhaald. Het ministerie van SZ&W schrijft dat de werkgevers door toekenning van vergoedingen op grond van de regeling financieel voordeel zullen ondervinden en dat gelet op de voordelen van deze regeling, wordt gekozen om dit te accepteren. Dat is uiteraard zeer nobel, maar bedacht moet worden dat werkgevers de fouten niet hebben gemaakt en dat de te hoog vastgestelde WGA-schade ook niet met terugwerkende kracht wordt terugbetaald. In totaal gaat de regeling 271 miljoen euro kosten, inclusief 68 miljoen (!) aan uitvoeringskosten. Financiering vindt plaats vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Binnen het fonds wordt daarvoor maandelijks een aparte Rijksbijdrage gestort, die de hele regeling moet financieren.
Door de opzet van de regeling worden publieke keteneffecten zoveel als mogelijk voorkomen. Dat kan helaas (nog) niet gezegd worden over de gevolgen bij private regelingen zoals aanvullende WIA-verzekeringen (arbeidsongeschiktheids-)pensioenen. Het is aan pensioenuitvoerders en verzekeraars om te besluiten of zij arbeidsongeschiktheidspensioenen en aanvullende WIA-verzekeringen met terugwerkende kracht aanpassen.


