Terug naar overzicht
22 december 2025

BAZ, het kan, en moet anders

Het Wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen zit in de parlementaire molen en onderdeel daarvan is de advisering van de Raad van State. We kunnen ons voorstellen dat het kabinet dat onderdeel liever achterwege had gelaten, want het advies is niet mals. Gelukkig onderschrijft de Raad de noodzaak om zelfstandigen te beschermen tegen het risico op inkomensverlies. Tot zover echter de positieve feedback.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

De Raad heeft beoordeeld of het wetsvoorstel leidt tot een begrijpelijk en uitvoerbaar stelsel, dat voldoende toegevoegde waarde heeft voor de beoogde groep zelfstandigen. Bij de beoordeling van BAZ gaan begrijpelijkheid en uitvoerbaarheid hand in hand. In het advies lezen we dat de keuze voor een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen naast de WIA leidt tot een toename van de complexiteit van het algehele stelsel van arbeidsongeschiktheid.

Er ontstaan ingewikkelde samenloopproblemen tussen de BAZ en de WIA en andere sociale verzekeringen en voorzieningen. Die samenloop is gegarandeerd aangezien ongeveer 40% van de zelfstandigen ook in loondienst werkzaam is. Door de samenloop is er voorzien in een franchise in de berekening van zowel de premie- als uitkeringsgrondslag waardoor de regeling nog minder begrijpelijk en moeilijker uitvoerbaar wordt. Als laatste moet bij samenloop rekening gehouden worden met een andere systematiek voor verrekening van inkomsten naast uitkering, zodat er ook nog een anticumulatieregeling getroffen moet worden. 

De uitvoering van de premieheffing bij de BAZ die (tot een maximum) winstgerelateerd is, noemt de Raad voor zowel de premieheffing als de uitkering ook ingewikkeld. Daarbij komt dat ondernemers vaker dan werknemers te maken krijgen met fluctuaties in hun inkomen. Om ervoor te zorgen dat de hoogte van de langdurige uitkering bij arbeidsongeschiktheid maatgevend is, moet er een extra middelingsregeling worden opgetuigd. Op zichzelf heeft de BAZ een relatief lage premie, maar ook slechts een beperkte mate van inkomensbescherming vanwege de relatief lage uitkering. Ook de relatief lange wachttijd betekent dat de zelfstandige in de praktijk vaak alsnog zal moeten terugvallen op eigen middelen of algemene voorzieningen, waaronder de bijstand. Kortom; kost niet veel en het is niet veel.

Dan de opt-out. Deze maakt de regeling nog complexer doordat er afstemming tussen de publieke verzekering en private verzekeraars nodig is. Zo is er om de gevolgen van risicoselectie tegen te gaan, risicoverevening tussen privaat en publiek verzekerden nodig door middel van een stabiliteitsbijdrage. Daarnaast zullen er publiek-private discussies ontstaan over bijvoorbeeld de verschillen door de keuringssystematiek en over de toerekening naar de verschillende verzekeringen. De Raad komt vervolgens ook nog met een waslijst aan onduidelijkheden die ontstaan door grensoverschrijdende situaties zoals de internationale werking van de opt-out, gegevensuitwisseling en -verwerking en vrij verkeer van diensten voor buitenlandse AOV-aanbieders.

Ook over de beoogde uitvoerders van de BAZ heeft de Raad van State de nodige waarschuwingen. Zij wijst op de verouderde ICT-infrastructuur bij uitvoerders UWV en Belastingdienst dat problemen gaat geven bij uitvoering van de complexe wet- en regelgeving. De kwestie van de dagloonfouten bij UWV heeft juist duidelijk gemaakt dat eenvoudigere en beter uitvoerbare regelgeving onontkoombaar en urgenter dan ooit is. Voordat nieuwe regelgeving uitgevoerd kan worden zal eerst een ingrijpende herziening en vereenvoudiging van de WIA en daarmee samenhangende regelgeving noodzakelijk zijn. Bij de Belastingdienst wordt door invoering van de BAZ de ICT-capaciteit dusdanig belast dat jarenlang geen grote wijzigingen in de inkomstenbelasting kunnen worden doorgevoerd, terwijl breed overeenstemming bestaat over de noodzaak hiervan. 

Duidelijker kan het niet. Maar de Raad wijst er terecht op dat de BAZ onderdeel is van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) dat door Nederland is ingediend bij de Europese Commissie. Het niet of niet tijdig invoeren van de BAZ betekent een substantiële korting, oplopend tot 1,2 miljard euro op de te ontvangen middelen uit het Herstel- en Veerkrachtfonds. Kiest u maar.