Terug naar overzicht
17 november 2025

Arbo niet aansprakelijk

Als er na 104 weken van ziekte een loonsanctie wordt opgelegd door UWV, dan is er doorgaans iets misgegaan met de re-integratie-inspanningen. Het re-integratieresultaat is dan niet bevredigend en de werkgever krijgt een jaar de tijd om zijn zonden te overdenken. De werkgever wordt bij die re-integratie bijgestaan door een arbodienst. Als de werkgever de arbodienst opvolgt en er toch een loonsanctie volgt, dan zou de arbodienst daaraan schuldig moeten zijn en aansprakelijk gesteld kunnen worden. Klinkt logisch, maar is niet altijd het geval.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

Een werkgever heeft een arbeidsongeschikte werknemer waarvan de re-integratie-inspanningen volgens de arbodienst gericht kunnen worden op hervatting in eigen werkzaamheden. Als er ernstige medische complicaties zijn komt het re-integratietraject tot stilstand. Later zijn er wel weer mogelijkheden en de arbodienst blijft inzetten op re-integratie in het eigen werk. Ondanks energetische beperkingen en niet volledig kunnen hervatten in het eigen werk, blijft de arbodienst ook in het tweede ziektejaar volharden in haar advies.

Het UWV legt een loonsanctie op. De adviezen van de bedrijfsarts zijn niet het probleem. Wel dat de werkgever aan de arbeidsdeskundige van UWV niet inzichtelijk kan maken wat de belasting in het eigen werk is. Daarnaast kan de werkgever geen duidelijkheid geven of de werknemer voor het maximaal aantal haalbare uren in zijn eigen werk zal worden herplaatst. Tijdens de loonsanctieperiode vindt een arbeidsdeskundig onderzoek plaats. Intussen gaat het met de gezondheid en de inzetbaarheid van de werknemer bergafwaarts. Uiteindelijk wordt er een IVA-uitkering toegekend.

De werkgever is het zat met de arbodienst, zegt het contract op en stelt hen aansprakelijk voor de schade. De werkgever stelt dat zij op basis van het advies van de arbodienst geen tweede spoor activiteiten heeft ingezet en evenmin een arbeidsdeskundig onderzoek heeft laten uitvoeren. Uiteindelijk komt de zaak bij de rechter. Deze stelt dat van een arbodienst verwacht mag worden dat zij bij de uitvoering van de overeenkomst rekening houdt met de (mogelijk toekomstige) beoordeling van het UWV of de werkgever heeft voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Als er dus een arbeidsdeskundig onderzoek en/of activiteiten tweede spoor nodig zijn geweest, dan had de arbodienst daartoe moeten adviseren.

Uit de regelgeving volgt dat re-integratieactiviteiten in het tweede spoor na de eerstejaarsevaluatie moeten worden opgestart, tenzij concreet zicht is op structurele werkhervatting binnen drie maanden of als er (tijdelijk) geen benutbare mogelijkheden zijn. De werkgever kan in deze zaak niet duidelijk maken dat terugkeer in het eigen werk in het eerste ziektejaar niet (meer) tot de mogelijkheden behoorde. Ten tijde van het opstellen van de eerstejaarsevaluatie was er sprake van een situatie waarin in het geheel geen benutbare re-integratiemogelijkheden bestonden. Vervolgens is er een periode geweest van opbouw van uren in de eigen werkzaamheden. De arbodienst heeft daarop geoordeeld dat voortzetting van de spoor 1 werkzaamheden het meest passende traject was en de werkgever heeft daarop niet geageerd. Sterker; de werkgever heeft als einddoel aangegeven volledige hervatting in eigen werk en aangegeven de werknemer te willen behouden voor de organisatie.

De zaak maakt duidelijk dat een werkgever uiteindelijk verantwoordelijk is. Als deze werkgever de arbodienst goed op de hoogte had gehouden van de mogelijkheden eerste spoor van de werknemer, was er normaliter een arbeidsdeskundig onderzoek ingezet en was veel ellende voorkomen.