Terug naar overzicht
19 april 2021

Ziektewet en WIA op de schop?

Het UWV kampt al enige jaren met een ernstig capaciteitsprobleem voor de sociaal medische beoordelingen. Verzekeringsartsen gaan met pensioen, nieuwe instroom is moeilijk te vinden en het werkaanbod stijgt. Het gevolg is een flinke achterstand in beoordelingen en herbeoordelingen voor onder andere de Ziektewet en de WIA. Met taakdelegatie zijn wel wat stappen te maken maar onvoldoende om de achterstanden weg te werken. Nu er ook nog een verplichte publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering zit aan te komen moet er iets veranderen. Dat iets zou ook de Ziektewet en/of de WIA kunnen zijn.

Inschrijven voor onze gratis Digi-kwest nieuwsbrief.

Demissionair minister Koolmees heeft in samenwerking met UWV en de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) in kaart laten brengen hoe groot de problemen zijn. Onderzoekers van Gupta Strategists hebben daartoe een onderzoek uitgevoerd en concludeert dat de vraag naar sociaal-medische dienstverlening in 2027 meer dan 25% hoger is dan het beschikbare aanbod. Dat gaat leiden tot forse achterstanden en gezien de prioriteiten die UWV van de minister meekrijgt zullen die zich vooral voordoen bij de herbeoordelingen. Er wordt door Koolmees, UWV en NVVG een aantal wijzigingen geopperd die kunnen helpen bij het wegwerken van achterstanden. Het gaat om een nieuwe werkwijze voor de verzekeringsarts en veranderingen binnen de Ziektewet en WIA.

Werkwijze verzekeringsarts

Verzekeringsartsen focussen zich momenteel op het uitvoeren van beoordelingen. Die focus moet veranderen. De verzekeringsarts wordt regisseur van het gehele proces dat een uitkeringsgerechtigde in de Ziektewet of de WIA bij UWV doorloopt. De verzekeringsartsen krijgen daarbij ondersteuning van een multidisciplinair team van professionals, met onder andere arbeidsdeskundigen, sociaal-medisch verpleegkundigen, procesbegeleiders en medisch secretaresses. Ter ondersteuning van dit regiemodel wordt door de NVVG een ‘Handreiking Taakdelegatie verzekeringsartsen in het publieke domein’ ontwikkeld. De beoordeling van (mogelijke) uitkeringsontvangers wordt maatwerk. De verzekeringsarts bepaalt wie wanneer en door wie beoordeeld wordt. Dit is natuurlijk een probaat middel bij het oplossen van achterstanden en is ook geprobeerd bij de herbeoordeling van volledig arbeidsongeschikte WGA’ers. In plaats van standaard de beoordeling in te plannen hetgeen voor werkvoorraad zorgt, bepaalt de verzekeringsarts het juiste beoordelingsmoment.

Mogelijke wijziging Ziektewet

Alle werknemers die een jaar ziek zijn en een Ziektewetuitkering ontvangen krijgen een eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB). EZWB’s zijn complexe en omvangrijke beoordelingen, die veel verzekeringsartsencapaciteit vragen. Koolmees vindt dat niet in verhouding omdat de EZWB in een derde van de gevallen leidt tot een gewijzigde uitkeringssituatie. Er kan naar verwachting 10 procent verzekeringsartsencapaciteit worden bespaard door alleen een EZWB uit te voeren als de verzekeringsarts verwacht dat deze leidt tot uitstroom uit de Ziektewet. Een andere optie is om de gehele EZWB te laten vervallen, maar dat zorgt weer voor een toename van WIA-beoordelingen.

Mogelijke wijzigingen WIA

De voorgestelde wijzigingen binnen de WIA zijn een stuk ingrijpender. Er worden vier mogelijkheden beschreven:

  1. De WGA wordt één regeling met een WGA-uitkering tot 70% van het maatmanloon (minus het bedrag dat iemand nog daadwerkelijk aan inkomsten heeft).
  2. De WIA wordt hervormd waarbij er nog maar één type uitkering is. Iedereen met een WIA-uitkering ontvangt tot 70% van het maatmanloon (minus het bedrag dat iemand nog daadwerkelijk aan inkomsten heeft).
  3. De WIA wordt hervormd waarbij er nog maar één type WGA is, na 5 jaar stroomt iedereen automatisch door in de IVA.
  4. De IVA is alleen toegankelijk na 5 jaar WGA en categorie 80/100: De verschillende typen binnen de WGA blijven behouden. Iedereen die na minimaal 5 jaar een WGA-uitkering in de categorie 80/100 zit, stroomt automatisch door naar de IVA. In de IVA vindt geen herbeoordeling plaats.

De derde mogelijkheid levert de meeste capaciteitsbesparing op bij verzekeringsartsen (19%). De WGA wordt dan één regeling waarbij het onderscheid tussen WGA 35-80 en 80-100 verdwijnt. De WGA-uitkering is op basis van 70% van het dagloon minus 70% van de verdiensten en de IVA-uitkering wordt verlaagd naar 70% van het dagloon. Door de automatische uitstroom naar de IVA wordt de doorbelasting van WGA-uitkeringen beperkt op vijf jaren.

Het klinkt als toekomstmuziek en zo zal het voorlopig nog wel even blijven klinken. Een wijziging die er op korte termijn wel zou kunnen gaan komen is het motiveren van de aanvraag voor een herbeoordeling. Momenteel is in een convenant met het Verbond van Verzekeraars afgesproken dat een herbeoordeling voorzien moet zijn van een motivatie. Koolmees denkt aan uitbreiding van de reikwijdte van het convenant door meer veldpartijen erbij te betrekken.