Tijd voor alweer de tweede aflevering uit de rubriek “Polak zit op de centen”. We vragen Anne wat voor een dossier ze deze keer voor ons heeft meegenomen.
Een vrij opmerkelijk dossier mag ik wel zeggen. Onze hulp werd ingeroepen omdat er een loonsanctie werd toegekend door het UWV. Hetzelfde UWV had echter enkele maanden eerder aangegeven met een deskundigenoordeel dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen verrichte.
Dat lijkt me nogal tegenstrijdig.
Dat dacht ik wel ja, maar laat ik iets meer vertellen over de verzuimperiode. Het gaat om een werkneemster die als assistent filiaalleidster werkzaam is, maar regelmatig fysieke klachten ondervindt. De klachten worden veroorzaakt door een chronische aandoening aan haar longen en zorgen er voor dat zij medio 2009 volledig uitvalt. De werkneemster wordt regelmatig gezien door de arbo-arts, welke constateert dat de beperkingen vooral conditioneel zijn.
Ik hoor passende arbeid aankomen.
Goed gehoord, zij wordt altijd samen met een andere collega ingeroosterd zodat deze de zware handelingen van haar kan overnemen. Zij kan hierdoor ook, wanneer nodig even rusten zonder dat de winkel onbemand is. Haar rooster is verder flexibel, wanneer zij zich een dag slecht voelt en niet kan komen werken, dan kan ze die uren op een andere dag inhalen. Dit aangepast eigen werk doet zij voor minder uren dan haar contract-uren en zij komt op geen moment verder dan 13,5 uur per week. De bedrijfsarts geeft ook meerdere malen aan dat uitbreiding in uren vanwege haar klachten geen optie is. Er is dus sprake van een zogeheten urenbeperking.
Eind 2010 stelt de bedrijfsarts een lijst van de functionele mogelijkheden op en het advies van de arbeidsdeskundige luidt vervolgens dat het eigen werk passend is en er geen ander passend(er) werk bij de werkgever is. Gezien het verlies aan verdiencapaciteit ligt een WIA uitkering in de lijn der verwachting. Verder adviseert de arbeidsdeskundige om een deskundigenoordeel op de re-integratie inspanningen aan te vragen bij het UWV en wijst erop dat de belastbaarheid in de loop van de resterende wachttijd kan veranderen en dat de bedrijfsarts hierover zal adviseren.
Dat lijkt me een prima advies. Uit jouw inleiding begrijp ik dat het deskundigenoordeel er ook is gekomen.
Ja, zoals ik al zei stelt het UWV in haar oordeel dat er voldoende re-integratie inspanningen zijn verricht. Wat mij betreft een te gemakkelijk gesteld oordeel aangezien de betrokkene niet eens gezien is door een verzekeringsarts! Als een kleine 3 maanden later het UWV de WIA aanvraag ontvangt, wordt er wel een verzekeringsarts ingeschakeld. Deze stelt dat de werkneemster 20 uur per week werken in haar eigen aangepaste werk. Flink meer dus dan hetgeen de bedrijfsarts heeft vastgesteld. Conclusie: er zijn niet voldoende re-integratie inspanningen gedaan. Er wordt een loonsanctie van 52 weken opgelegd.
Kern van het verhaal: De visie van de verzekeringsarts wijkt af van die van de bedrijfsarts, werkgever en werkneemster, met als gevolg een loonsanctie.
Misschien zie ik het verkeerd, maar van een werkgever kan je toch niet verwachten dat hij kan inschatten of een urenbeperking op 13,5 uur of op 20 uur zou moeten liggen? Hiervoor laat hij zich toch informeren door een bedrijfsarts?
Natuurlijk, de werkgever blijft weliswaar verantwoordelijk voor de deskundigen die hij inschakelt, echter…het beoordelingskader geeft aan dat die verantwoordelijkheid bestaat uit het erop toezien dat er een probleemanalyse wordt afgeleverd die hem voldoende inzicht geeft in het verzuim en in de te ondernemen re-integratie activiteiten. Hieraan was in feite voldaan. Bovendien heeft de werkgever de inspanningen laten controleren door een deskundigenoordeel aan te vragen. Het UWV had voor het deskundigenoordeel een verzekeringsarts moeten inzetten. De bedrijfsarts had immers een urenbeperking opgelegd en om te kunnen oordelen of de werkgever voldoende re-integratie inspanningen verrichte, had een verzekeringsarts mee moeten kijken.
Verder blijkt dat bij de toetsing van het re-integratieverslag niet gewerkt is volgens het verzekeringsgeneeskundig protocol. Op basis daarvan had de arbeidsdeskundige moeten toetsen of er in de theoretische functielijst functies voorkomen waarmee betrokken in 20 uur meer loonwaardig had kunnen worden dan in de huidige 13,5 uur in het huidige werk. In de praktijk komt het regelmatig voor dat gedeeltelijk doorwerken in eigen werk niet alleen vanuit het oogpunt van de re-integratie als maximaal haalbaar resultaat moet worden beschouwd, maar ook meer verdiensten oplevert dan de theoretisch bepaalde mogelijkheden. Ook hier zijn dus wat steekjes laten vallen.
Dan lijkt bezwaar tegen de loonsanctie op zijn plaats.
Jawel, de loonsanctie is ingetrokken en het UWV heeft de WIA-beoordeling uitgevoerd.
Een mooi resultaat! Als laatste de hamvraag: hoeveel centen heb je deze keer bespaard?
Al met al levert het intrekken van de loonsanctie deze werkver een besparing van bijna € 19.000 op en natuurlijk het gevoel dat er iets recht is gezet!