Om de fiscale gevolgen van het provisieverbod in kaart te brengen heeft de Belastingdienst samen met het Ministerie van Financiën een werkgroep opgericht. Staatssecretaris Weekers heeft de stand van zaken van de uitkomsten tot nu toe meegedeeld in een brief aan de Tweede Kamer. Over de belasting toegevoegde waarde kunnen we lezen dat er met de vrijstelling btw niet per se iets wijzigt. Een beknopte samenvatting:
Met betrekking tot verzekeringen geldt een vrijstelling voor de met de verzekering samenhangende diensten van verzekeringstussenpersonen. In het provisiemodel zijn de werkzaamheden van de tussenpersoon binnen de btw-regelgeving duidelijk te kwalificeren als ”met verzekering samenhangende diensten” en zijn vrijgesteld van btw. In dit model wordt geen (aparte) vergoeding in rekening gebracht voor advisering aan de consument. Hierdoor wordt bij louter advisering, zonder dat deze advisering heeft geleid tot een overeenkomst, geen btw geheven. Meestal wordt hier ook geen factuur voor verstuurd, maar vindt compensatie plaats via beloning bij andere relaties of verzekeringen.
De dienstverlening van tussenpersonen zal met het provisieverbod minder gericht zijn op het tot stand brengen van een product, maar meer gericht op (het onderzoeken van) de wens van de cliënt. De tussenpersoon brengt de consument daarbij dan niet alleen een vergoeding in rekening als er een succesvolle bemiddeling tussen de aanbieder van het financiële product en de consument tot stand is gekomen, maar ook als dit niet het geval is.
De dienstverlening kan onder de vrijstelling blijven vallen, indien het gaat om kenmerkende en essentiële werkzaamheden van een tussenpersoon inzake verzekeringen, of wanneer de dienst van de tussenpersoon over het geheel genomen een afzonderlijk geheel vormt en de kenmerkende en essentiële functies van een bemiddelingsdienst vervult. Activiteiten die uitsluitend bestaan uit advisering (bijvoorbeeld in het geval dat een tussenpersoon door een consument wordt ingeschakeld om advies/een second opinion te geven over de financiële situatie van de consument of een financieel product) zijn echter altijd met btw belast.
Wat ‘kenmerkende en essentiële werkzaamheden van een tussenpersoon inzake verzekeringen’ zijn is nog een vraagteken. Verder is ook nog niet duidelijk gemaakt in welke situaties de AOV-advisering aftrekbaar is en blijft voor de Inkomstenbelasting. Daar gaat vast een volgende werkgroep zich over buigen!