Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden is de kleine banenregeling van kracht. De regeling houdt in dat werkgevers premievrijstelling kunnen krijgen voor jongeren die minder dan 50 procent van het wettelijk minimumloon verdienen.
In opdracht van SZ&W heeft SEOR onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de regeling. De onderzoekers geven aan dat er door beperkingen in de data geen harde conclusies over de effecten van de regeling mogelijk zijn. Niet alle bedrijven zijn bekend met de Regeling Kleine Banen. De bekendheid lijkt groter te zijn in de detailhandel en de horeca en bij grotere bedrijven. De wel beschikbare gegevens wijzen op een gering werkgelegenheidseffect van de regeling. Verder lijkt de regeling voor een belangrijk deel toegepast te zijn op de groep scholieren en studenten (90%). De data suggereren dat bestaande banen soms worden opgeknipt in kleinere banen. Er zijn verder aanwijzingen voor een verdringingseffect op de werkgelegenheid voor mensen van 23 jaar en ouder, vooral in de detailhandel, grootwinkelbedrijven en horeca.
Het belangrijkste effect voor bedrijven lijkt het kostenvoordeel te zijn. Een nauwkeurige schatting van de gederfde premies is met de beschikbare gegevens niet te maken. Een hele ruwe schatting is dat deze zich in de range van 100 tot 200 miljoen euro bevinden.
Al met al geen regeling die aan de verwachtingen beantwoord. Per 2012 eindigt de regeling.